Hoi, Deze week las ik deze zin: “Je had geen jeugd. Je had een rol.” Die raakte me. Ik ben gaan nadenken over mijn eigen jeugd, en over het beeld dat ik van mezelf heb. Ik ben opgegroeid in een huis met drie generaties onder één dak. Twee daarvan waren het vaak grondig met elkaar oneens. Als kind deed ik mijn best om iedereen weer met elkaar te laten praten. Ik was een jaar of vijf, misschien jonger. Mijn opa praatte in die tijd niet meer met ons. Op een dag speelde ik buiten en zag ik hem van verder weg naar ons huis toe komen. Ik ging vrolijk kletsend naar hem toe en pakte zijn hand. Hij zei niets en hield mijn hand niet vast, maar hij trok hem ook niet weg. Zo liepen we samen naar huis. Toen het huis in zicht kwam, haalde hij zijn hand los uit de mijne. 
Ik, als klein meisje Zag ik iemand woedend of verdrietig, dan probeerde ik af te leiden: extra lief zijn, een verhaaltje vertellen, vrolijk doen. Of ik liet iets zien wat ik mooi had gemaakt, een tekening bijvoorbeeld. Daar leerde ik iets wat ik tot vandaag meedraag: als ik nuttig ben, ben ik niet te veel. Dan heb ik waarde, en dan ben ik om van te houden. Daarom ben ik vaak heel bezig en heel productief. Ik ben de balancerer en de verzorger, en ik ben blij met wat die rol me heeft gebracht. Die heeft me ook succesvol gemaakt. Er zit een andere kant aan. Afschakelen vond ik altijd moeilijk: niks doen, ontspannen, gewoon zijn. Ik mat mezelf af aan wat ik deed, en vergat dat ik zonder iets te doen ook al goed genoeg ben. En er is nog iets wat me opvalt. Kom ik ergens binnen bij een groep mensen, dan ben ik meteen aan het analyseren. Ik kijk wie bij wie hoort en hoe ze met elkaar omgaan. Dat gaat vanzelf, en ik denk dat het uit die tijd komt, toen ik probeerde te snappen hoe de mensen om me heen bij elkaar hoorden. Soms maak ik er in mijn hoofd hele verhalen bij. Vijf rollen die je misschien herkent De Amerikaanse gezinstherapeut Sharon Wegscheider-Cruse beschreef in de jaren tachtig een paar rollen die kinderen in een onrustig gezin vaak aannemen. Haar indeling komt uit de praktijk en is nooit met harde cijfers bevestigd, en toch herkennen veel mensen zich er meteen in. De uitblinker. Goede cijfers, altijd netjes, de trots van het gezin. Nu ligt je lat hoog, en een vrije middag voelt al snel als tijdverspilling. De zorgzame. Je hield iedereen tevreden en bracht ruziënde mensen weer bij elkaar. Je merkt nog steeds eerder wat een ander nodig heeft dan wat je zelf nodig hebt. Hier hoor ik thuis. De grappenmaker. Werd het gespannen, dan maakte jij een grap. Bij ons was dat mijn broer, drie jaar ouder dan ik. Hij is nog steeds de gezelligste aan tafel. En heeft er iemand in de familie hulp nodig, dan is hij de eerste die we vragen, omdat hij altijd rustig een goede uitweg weet. De onruststoker. Jij was degene met de problemen, de ruzies op school, het gedoe. Daarmee ging de aandacht naar jou, en weg van wat er thuis speelde. In de literatuur heet deze rol de zondebok. De onzichtbare. Geen last bezorgen, op je kamer blijven. Veel mensen hebben er meer dan één gespeeld. Ik heb dat ook gedaan. Zo'n rol was slim, want je vond er een plek mee in je gezin. 
GOOD. MUSIC · EEN CADEAU VOOR JE I've Got It From Here Herken je jezelf in wat ik hierboven schreef? Dan heb ik een kleine, liefdevolle oefening voor je. Ik schreef een lied voor het kind dat ik was, en voor dat van jou: I've Got It From Here. Zoek een foto van jezelf als kind, zet het lied op en kijk tijdens het luisteren naar die kleine jij. Zeg dan: “Vanaf nu ben ik er. Je mag loslaten.” |
Bij mij werkt die rol nog steeds door. In mijn eigen gezin bemiddel ik ook: hebben mijn kinderen ruzie, dan ga ik heen en weer tussen ze tot ze weer met elkaar praten. Ze zijn nu bijna volwassen, en die vaardigheid mogen ze zelf ontwikkelen. Dus ik stap uit de diplomatenrol. Komt een van de twee naar mij toe, dan geef ik alleen die persoon advies, zodat die zelf iets kan doen om het op te lossen. Dat betekent voor mij ook: een ruzie laten gebeuren, en me niet verantwoordelijk voelen voor de gevoelens van een ander. Een rol dragen kost energie Een rol aannemen betekent vaak dat je iets draagt wat eigenlijk bij een ander hoort. Je doet het omdat je ergens denkt dat die ander het zelf niet redt. In hun onderzoek naar stress op het werk en thuis noemen Rob Cross en Karen Dillon zulke kleine, dagelijkse belastingen microstress: je merkt ze nauwelijks op, en toch tellen ze op. Zorgen om de mensen van wie je houdt, staat in hun lijst, of je nu praktisch voor iemand zorgt of in je hoofd blijft denken: “Als ik het niet doe, komt het niet goed.” Ben je opgegroeid in een gezin met veel spanning, dan zoek je die situatie als volwassene makkelijk weer op, in je eigen gezin of daarbuiten. Het is wat je kent, en daardoor voelt het veilig. Als volwassene kun je de rol die je speelt onderzoeken, en leren loslaten. Waarom de verleden tijd helpt In een eerdere nieuwsbrief schreef ik over “zo ben ik nou eenmaal” en hoe je zo'n zin in de verleden tijd zet. In de studies van de Canadese psychologen Anne Wilson en Michael Ross keken mensen kritischer naar een oude versie van zichzelf zodra die verder weg voelde, en zagen ze zichzelf daarna als iemand die gegroeid was. Als je je rol een plek in het verleden geeft, zet je precies die afstand: tussen wie je toen moest zijn en wie je nu kiest te zijn. De eerste stap is dat je je bewust wordt van je rol, en van de momenten waarop je iets draagt wat niet van jou is. Zo doe je het (vijf minuten) 1. Maak de zin af: “Als kind was ik degene die…” Schrijf het eerste op wat in je opkomt. 2. Bedank je rol in één zin, voor wat die je heeft gebracht, bijvoorbeeld: “Dankzij jou voel ik in elke kamer meteen wat er speelt.” 3. Schrijf op wat je deze week voor een ander droeg dat eigenlijk bij die ander hoort. Kies er één uit, en geef die in gedachten terug. 4. Schrijf je nieuwe zin, “Ik ben iemand die…”, en doe vandaag één klein ding dat daarbij past. |

Ben je sinds die nieuwsbrief over identiteit al met een zin bezig, houd die dan aan. Ik oefen zelf ook nog met mijn zin van een paar weken terug, want één zin tegelijk is genoeg. Wil je er een geur aan koppelen, probeer dan tea tree. In het boek “Emotions & Essential Oils” heet die de olie van energetische grenzen: wat is van jou, en wat hoort bij een ander. Doe 1 tot 3 druppels in je handpalm, wrijf je handen tegen elkaar, houd ze als een kommetje voor je neus en adem in terwijl je stap 3 doet. En op drukke dagen neem ik Adaptiv: die geeft mij wat ruimte tussen de prikkel en mijn reactie. Ben jij ook de nuttige? Doe dan vandaag iets wat helemaal nergens voor nodig is en wat je gewoon fijn vindt. Ik ben begonnen om tijdens mijn wandelingen naar glinsterend licht te kijken. Dan blijf ik bewust staan en laat ik het op me inwerken. Juist nu, met de herfstzon die af en toe door de bladeren valt, voelt zo'n lichtspel als een geschenk. Het maakt me blij! Een kwartier op de bank met een boek telt ook, vooral als het geen managementboek is. 
Nog één ding voor deze week. Beloof jezelf dat je als volwassene ook tijd neemt om te spelen. Voor mij is dat skiën. Misschien gek om daar na je vijftigste mee te beginnen, maar ik geniet er enorm van. En jij: wat deed je als kind graag, of wat had je altijd al willen doen? Laat het me weten, gewoon door op deze mail te antwoorden. Let's go! Tanja |